Citaat | Hoge Raad 15 juni 2012
Alinea 30 Hoge Raad 15 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 15 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1922.
3.3.4. Ter onderbouwing van zijn beroep op fraus legis heeft de Inspecteur zich voor het Hof op het standpunt gesteld dat het economische belang bij de preferente aandelen van J was gelegen bij L B.V., dat die vennootschap is gelieerd aan belanghebbende, en dat aldus sprake is geweest van een kunstmatige uitsplitsing van een aandelenbelang van ten minste een derde gedeelte over gelieerde vennootschappen. Uit hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen volgt echter dat er in cassatie van moet worden uitgegaan dat de preferente aandelen van J ook voor de toepassing van artikel 4, lid 1, letter a, van de Wet BRV moeten worden aangemerkt als een aandelenbelang van J zelf. Reeds daarom is geen sprake geweest van een kunstmatige uitsplitsing van een te verwerven aandelenpakket over gelieerde vennootschappen als door de Inspecteur gesteld en faalt het beroep van de Inspecteur op fraus legis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8499caab54d80597bd5232b37eacbe4df53712736dd60694065f24e1f3c9aa5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8499caab54d80597bd5232b37eacbe4df53712736dd60694065f24e1f3c9aa5f, en de alinea staat in dat document op bytes 11718 tot 12624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8499caab54d80597bd5232b37eacbe4df53712736dd60694065f24e1f3c9aa5f | shasum -a 256