Citaat | Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 46 Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2629.
3.3.4 Het voorgaande brengt in het onderhavige geval mee dat de curator, die zich op het rechtsgevolg van de buitengerechtelijke vernietigingsverklaring beroept ten betoge dat de vordering tot betaling van hoofdsom A (weer) tot de boedel behoort, dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij buitengerechtelijk heeft verklaard de cessie te vernietigen en dat (de rechtsopvolger van) [C] in de vernietiging heeft berust. Vervolgens ligt het op de weg van [eiseres] om het daaruit voortvloeiende vermoeden dat de buitengerechtelijke vernietigingsverklaring rechtsgevolg heeft gehad, te ontzenuwen door daartoe feiten en omstandigheden aan te voeren en zo nodig te bewijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0053612aec47859ae098e0fde32a99f9496f3dd1a9e2a54e5d00e9aaf8e1914. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0053612aec47859ae098e0fde32a99f9496f3dd1a9e2a54e5d00e9aaf8e1914, en de alinea staat in dat document op bytes 14781 tot 15469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0053612aec47859ae098e0fde32a99f9496f3dd1a9e2a54e5d00e9aaf8e1914 | shasum -a 256