Citaat | Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 56 Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2629.

3.4.4 In het licht van het bovenstaande heeft het hof terecht geoordeeld dat [eiseres] - die met betrekking tot de betaling van hoofdsom A al meer dan vier jaar in verzuim was toen onder haar het derdenbeslag ten laste van [A] werd gelegd - diende aan te tonen dat door het beslag schuldeisersverzuim aan de zijde van [A] is ontstaan. Zoals het hof overwoog, diende [eiseres] daartoe te stellen "dat zij gedurende de periode van het beslag wel degelijk bereid was te betalen en dat slechts het beslag aan de betaling in de weg heeft gestaan", hetgeen zij bij betwisting had moeten bewijzen. Pas indien dit een en ander was komen vast te staan, had aangenomen kunnen worden dat [A] door het ten laste van haar gelegde derdenbeslag in schuldeisersverzuim verkeerde en dat aan het verzuim van [eiseres], mede gelet op art. 6:61 lid 1, een einde was gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0053612aec47859ae098e0fde32a99f9496f3dd1a9e2a54e5d00e9aaf8e1914. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0053612aec47859ae098e0fde32a99f9496f3dd1a9e2a54e5d00e9aaf8e1914, en de alinea staat in dat document op bytes 22473 tot 23341.