Citaat | Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 63 Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2839.
3.4 Het hof heeft, in aanmerking nemende dat lid 3 van art. 32 CMR bepaalt dat de schorsing van de verjaring beheerst wordt door de wet van het gerecht waarvoor de zaak aanhangig is, overwogen dat de in het CMR geregelde schorsing van de verjaring zowel wat betreft haar totstandkoming als wat betreft haar gevolgen een in het huidige Nederlandse recht onbekende figuur is (rov. 3.9-3.12). Aangezien naar het oordeel van het hof evenwel een parallel getrokken kan worden tussen de stuiting naar Nederlands recht en de schorsing van het CMR, die beide door een eenzijdige rechtshandeling een wijziging aanbrengen in een lopende verjaringstermijn, heeft het hof voor de eisen waaraan een schriftelijke vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR moet voldoen aansluiting gezocht bij de eisen die gesteld moeten worden aan de in art. 3:317 lid 1 BW bedoelde schriftelijke aanmaning of schriftelijke mededeling waarin de schuldenaar zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e98fccc6d30358fd51b1be642098ae8d2009f98f122f0ebaf85448db69899ca1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e98fccc6d30358fd51b1be642098ae8d2009f98f122f0ebaf85448db69899ca1, en de alinea staat in dat document op bytes 13509 tot 14506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e98fccc6d30358fd51b1be642098ae8d2009f98f122f0ebaf85448db69899ca1 | shasum -a 256