Citaat | Hoge Raad 20 maart 2012
Alinea 25 Hoge Raad 20 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2954.
Aan de aangiften omzetbelasting over tijdvakken in de jaren 1999 tot en met 2002 hebben (mede) facturen ten grondslag gelegen die afkomstig waren van [C] B.V.. Uit onderzoek van de forensische account [betrokkene 1] alsook uit onderzoek van de FIOD-ECD volgt dat genoemd bedrijf helemaal niet heeft bestaan. Eén van de werknemers die bij de verdachte al 20 jaar werkt heeft ook nooit gehoord van dat bedrijf. Als er daadwerkelijk leveringen zijn geweest moet hij dat zeker hebben geweten, aldus de getuige [getuige]. Naar het oordeel van het hof volgt dan ook uit de bewijsmiddelen dat de betreffende facturen vals zijn. Verder staat vast de facturen van dit niet bestaande bedrijf zijn gebruikt door de verdachte en zijn medeverdachten voor het doen van de aangifte omzetbelasting. De verklaringen van de verdachte en zijn medeverdachte acht het hof dan ook volstrekt ongeloofwaardig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70dfbf18a260c808ce9412b41df101ae1c81fba68ef2e43a017e2c8017aaa2d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70dfbf18a260c808ce9412b41df101ae1c81fba68ef2e43a017e2c8017aaa2d0, en de alinea staat in dat document op bytes 8281 tot 9180.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/70dfbf18a260c808ce9412b41df101ae1c81fba68ef2e43a017e2c8017aaa2d0 | shasum -a 256