Citaat | Hoge Raad 27 april 2012

Alinea 77 Hoge Raad 27 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3426.

3.6 In het licht van de hiervoor in 3.5 gegeven vooropstellingen geeft het door het middel bestreden oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, meer in het bijzonder waar dit oordeel steunt op de aanvaarding van het verweer dat hiervoor in 3.3 is weergegeven, welke aanvaarding dat oordeel zelfstandig draagt. In zoverre is het oordeel ook toereikend gemotiveerd. Daarbij verdient opmerking dat de slotzin van de hiervoor in 3.3 geciteerde overweging aldus moet worden verstaan dat de door Tradman voorgestelde procedure het niet mogelijk maakt om in voorkomend geval haar bewering dat sprake is van contact tussen een cliënt en een geheimhouder, op aannemelijkheid te toetsen. Dit oordeel berust op een aan het hof voorbehouden waardering, die in cassatie slechts kan worden onderzocht op begrijpelijkheid. Van onbegrijpelijkheid is geen sprake. Voor het overige berust het middel op de onjuiste opvatting dat Tradman een verschoningsrecht toekomt dat is afgeleid van het verschoningsrecht van de geheimhouders met wie haar cliënten contact hebben gehad. Het faalt derhalve ook in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b84fe1b04d3bdd3645c3bc9f4da5b7c1bb3f28f7e594986e8e163c02625cc430. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b84fe1b04d3bdd3645c3bc9f4da5b7c1bb3f28f7e594986e8e163c02625cc430, en de alinea staat in dat document op bytes 28022 tot 29149.