Citaat | Hoge Raad 20 april 2012
Alinea 64 Hoge Raad 20 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3436.
3.3.4 Voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat het hof zich bij zijn onderzoek naar de juistheid van deze stelling diende te beperken tot de wetsbepaling - art. 21 lid 6 van de Wet op de economische delicten - waarop de officier van justitie de verstrekking van de strafvorderlijke gegevens meende te kunnen baseren, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Het hof diende in dit geding een voorlopig oordeel te geven over de rechtmatigheid van een feitelijke gedraging van de officier van justitie, te weten de verstrekking van de gegevens aan Leigh Day. Het onderzoek naar een toereikende wettelijke grondslag van die gedraging betreft de rechtsgrond van de door Trafigura ingestelde vorderingen, welke beoordeling ook achteraf en zelfstandig door de rechter kan geschieden. Reeds daarom was het hof niet gehouden dit onderzoek te beperken tot de wetsbepaling waarop de officier van justitie de verstrekking van de gegevens had gebaseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6584441ff5b3279ccc400fd64071ad538de1169ca2c2bc99d09a055e829c7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6584441ff5b3279ccc400fd64071ad538de1169ca2c2bc99d09a055e829c7b, en de alinea staat in dat document op bytes 16611 tot 17570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf6584441ff5b3279ccc400fd64071ad538de1169ca2c2bc99d09a055e829c7b | shasum -a 256