Citaat | Hoge Raad 20 maart 2012

Alinea 32 Hoge Raad 20 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3442.

2.5. Opmerking verdient nog het volgende. Wanneer de rechter zich - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - in een nadere overweging beroept op bepaalde feiten of omstandigheden die door hem redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, moeten deze feiten of omstandigheden zijn vervat in de gebezigde bewijsmiddelen. Indien zij niet in de bewijsmiddelen zijn vermeld, moet de rechter met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (a) die feiten of omstandigheden aanduiden, en (b) het wettige bewijsmiddel aangeven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 23 oktober 2007, LJN BA5858, NJ 2008/80). Een en ander heeft uitsluitend betrekking op feiten of omstandigheden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring, en dus niet op feiten of omstandigheden en evenmin op verklaringen die de rechter in zijn nadere overweging onaannemelijk dan wel ongeloofwaardig acht. Die behoren dus niet te worden opgenomen onder de bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1eeaebbd0de4f3e9e8ea76ceba8d8c3ac8e1a6588789a6eecc9e19f791431fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1eeaebbd0de4f3e9e8ea76ceba8d8c3ac8e1a6588789a6eecc9e19f791431fc, en de alinea staat in dat document op bytes 18290 tot 19280.