Citaat | Hoge Raad 10 februari 2012
Alinea 28 Hoge Raad 10 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3556.
3.1 [Verzoeker] heeft bij verzoekschrift, bij de Hoge Raad binnengekomen op 7 september 2011, beroep in cassatie ingesteld. Ingevolge art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken diende hij ervoor zorg te dragen dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken daarna, derhalve uiterlijk op 5 oktober 2011, op de rekening van de Hoge Raad was bijgeschreven dan wel ter griffie van de Hoge Raad was gestort. Hij heeft het griffierecht eerst op 10 oktober 2011 voldaan. Het bepaalde in art. 282a lid 2 in verbinding met art. 427b Rv. brengt, in beginsel, mee dat hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb2b8bf14929df5657600fe8ca448ab4edf77df000df5a14ff3770b477b4314b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb2b8bf14929df5657600fe8ca448ab4edf77df000df5a14ff3770b477b4314b, en de alinea staat in dat document op bytes 6865 tot 7516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb2b8bf14929df5657600fe8ca448ab4edf77df000df5a14ff3770b477b4314b | shasum -a 256