Citaat | Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 38 Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5549.
2.2 Palu di Mangel en [verzoeker 2] hebben - in deze zaak waarin krachtens art. 3: 268 lid 3 BW geen hogere voorziening is toegelaten en indien wordt uitgegaan van een (lange) appeltermijn van zes weken - op de laatste dag van de appeltermijn, 11 januari 2011, hun beroepschrift ingediend. Dit brengt met zich dat zij ingevolge artikel 429o in verbinding met artikel 270 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), op straffe van verval van het hoger beroep, uiterlijk op die datum het griffierecht hadden moeten betalen. Uit een op het beroepschrift geplaatste stempel en een zich bij de stukken bevindendekwitantie blijkt echter dat Palu di Mangel en [verzoeker 2] het griffierecht op 13 januari 2011 hebben betaald. Het ter behandeling gevoerde verweer dat zulks op een misslag van de griffie zou moeten berusten, wordt verworpen nu dat niet is onderbouwd en ook overigens niet is gebleken van een misslag van de griffie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36978219110b0151c2792b79e7669f57873d872181191e2c4a7afc9020201200. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36978219110b0151c2792b79e7669f57873d872181191e2c4a7afc9020201200, en de alinea staat in dat document op bytes 8771 tot 9726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36978219110b0151c2792b79e7669f57873d872181191e2c4a7afc9020201200 | shasum -a 256