Citaat | Hoge Raad 10 april 2012
Alinea 66 Hoge Raad 10 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5575.
3.4. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In de eerste plaats geldt dat de vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, zich niet steeds ondubbelzinnig laat beantwoorden, maar dat die beantwoording afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Daarnaast kan niet op voorhand worden uitgesloten dat uit het samenstel van bepaalde gedragingen wordt afgeleid dat die gedragingen enerzijds opleveren het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een goed dat aan een ander toebehoort en dat anderzijds die gedragingen kunnen dienen voor het bewijs van het door listige kunstgrepen bewegen tot afgifte van dat goed. In dat verband kan voor een medeplegen betreffend geval als het onderhavige van belang zijn dat een kwaliteitsdelict kan worden medegepleegd door iemand die de desbetreffende kwaliteit mist (vgl. HR 28 februari 2006, LJN AU9096), terwijl niet is vereist dat de medeplegers eenzelfde rol vervullen of dezelfde soort gedragingen verrichten bij de uitvoering van het delict.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/862100a4f31236cc3d63f7c6cada32df813f1fdf4c69af1665e2fdbf7dfbf7ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 862100a4f31236cc3d63f7c6cada32df813f1fdf4c69af1665e2fdbf7dfbf7ea, en de alinea staat in dat document op bytes 19290 tot 20347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/862100a4f31236cc3d63f7c6cada32df813f1fdf4c69af1665e2fdbf7dfbf7ea | shasum -a 256