Citaat | Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 71 Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6693.
3.8 De klacht is gegrond. De rechtbank heeft in rov. 5.4 geoordeeld dat het bij de vraag welke waarde moet worden toegekend aan de brief van de bank van 23 april 2003, erom gaat hoe [verweerster] de inhoud van de brief heeft begrepen en hoe zij die redelijkerwijs heeft mogen begrijpen. Dat oordeel stond niet ter discussie in het debat van partijen in hoger beroep. Het hof had daarom dit oordeel als uitgangspunt moeten nemen. Door zijn andersluidend oordeel daarvoor in de plaats te stellen, is het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc583de1cc1ab17efeac38f1815c8b367be0179a2e93707024f06dbda24a60ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc583de1cc1ab17efeac38f1815c8b367be0179a2e93707024f06dbda24a60ab, en de alinea staat in dat document op bytes 18182 tot 18748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc583de1cc1ab17efeac38f1815c8b367be0179a2e93707024f06dbda24a60ab | shasum -a 256