Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2012
Alinea 48 Hoge Raad 5 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6698.
"De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat het enkele feit dat er een schriftelijke aanvullende arbeidsovereenkomst is, onvoldoende is om het bestaan van de daarin neergelegde, van de koopovereenkomst afwijkende, afspraken bewezen te achten. Aangezien deze aanvullende arbeidsovereenkomst niet door partijen is ondertekend, maar uitsluitend door een - niet Nederlands sprekende - medewerker van Ciba op 18 april 2001 is geparafeerd, is niet voldaan aan het vereiste van ondertekening in artikel 156 lid 1 en 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), hetgeen met zich meebrengt dat aan deze overeenkomst geen dwingende bewijskracht toekomt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5b251db77f62ed929eddc4935a693d15401de6585a1b0184009f6f2b62fd6e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5b251db77f62ed929eddc4935a693d15401de6585a1b0184009f6f2b62fd6e0, en de alinea staat in dat document op bytes 12843 tot 13515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5b251db77f62ed929eddc4935a693d15401de6585a1b0184009f6f2b62fd6e0 | shasum -a 256