Citaat | Hoge Raad 1 juni 2012
Alinea 39 Hoge Raad 1 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7347.
3.5 Het middel klaagt onder 2.3 dat het hof, hoewel het overweegt zich bewust te zijn van de te betrachten terughoudendheid die strookt met de maatstaf dat de rechter de vordering slechts mag matigen indien integrale toewijzing daarvan tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden, onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat het de nodige terughoudendheid ook daadwerkelijk in acht heeft genomen. De klacht is gegrond. Weliswaar oordeelt het hof dat bij toewijzing van de vordering een wanverhouding zou ontstaan tussen het tijdvak waarover loon moet worden betaald (bijna 22 maanden) en het tijdvak waarin [eiseres] feitelijk voor [verweerster] heeft gewerkt (ruim een jaar), maar dit oordeel is onvoldoende om zijn beslissing te dragen. Het hof maakt immers niet duidelijk waarom in dit geval - waarin de werkgever eerst twintig maanden na het ontslag op staande voet waarvan de werknemer de nietigheid heeft ingeroepen, ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht - van een zodanige wanverhouding sprake is dat toewijzing van de vordering tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden en dat de vordering tot het in art. 7:680a genoemde minimum van drie maanden moet worden gematigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94c29102c37c57bd05c4247ef65fbd84edaf56732f3a6766a671c2fc360f6c1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94c29102c37c57bd05c4247ef65fbd84edaf56732f3a6766a671c2fc360f6c1e, en de alinea staat in dat document op bytes 10710 tot 11903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94c29102c37c57bd05c4247ef65fbd84edaf56732f3a6766a671c2fc360f6c1e | shasum -a 256