Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 30 Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7438.
Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat voor de uitoefening van strafvorderlijke onderzoeksbevoegdheden een wettelijke basis dient te bestaan. Alleen voor zover het gaat om beperkte inbreuken op grond- of mensenrechten zoals het recht op de persoonlijke levenssfeer kan de grondslag daarvoor worden gevonden in de uitoefening van de politietaak als omschreven in artikel 2 van de Politiewet, zolang er nog geen sprake is van opsporing dan wel in de algemene opsporingstaak zoals die is neergelegd in artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f98e958f8684d67a9e54458d554d79e054e5d1d0848232be6518eb07633a7c36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f98e958f8684d67a9e54458d554d79e054e5d1d0848232be6518eb07633a7c36, en de alinea staat in dat document op bytes 13890 tot 14465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f98e958f8684d67a9e54458d554d79e054e5d1d0848232be6518eb07633a7c36 | shasum -a 256