Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 65 Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7438.

2.11. Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.7 is vooropgesteld, is het oordeel van het Hof dat door de onderhavige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat een schending van het door art. 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in art. 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces, terwijl het Hof omtrent de ernst van de inbreuk op dit recht van de verdachte niets heeft vastgesteld. Daarbij wordt voorts in aanmerking genomen dat het Hof zijn oordeel dat art. 8, zesde lid, en art. 3, eerste en tweede lid, Wpg zijn geschonden mede grondt op de inhoud van parlementaire stukken die dateren uit 2010, terwijl de tenlastegelegde feiten dateren van 2008 en 2009, en ten tijde van het verwerken van de ANPR-gegevens in de onderhavige zaak hooguit gezegd kon worden dat die kamerstukken en de desbetreffende regelgeving onduidelijkheid lieten bestaan over het antwoord op de vraag of en hoe die gegevens in het belang van de opsporing van strafbare feiten zouden mogen worden aangewend in het kader van de Wpg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f98e958f8684d67a9e54458d554d79e054e5d1d0848232be6518eb07633a7c36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f98e958f8684d67a9e54458d554d79e054e5d1d0848232be6518eb07633a7c36, en de alinea staat in dat document op bytes 27921 tot 29156.