Citaat | Hoge Raad 20 maart 2012

Alinea 21 Hoge Raad 20 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7501.

De verdachte heeft verklaard dat zij met een vriend naar Loveland ging. Zij had verdovende middelen in haar BH gestopt om mee te nemen het terrein op. Zij wist wel dat op dergelijke evenementen werd gefouilleerd en had dat, bijvoorbeeld bij Dance Valley, ook meegemaakt. Zij zag dat iedereen gefouilleerd werd en heeft zich vrijwillig aan de fouillering onderworpen omdat ze anders niet naar binnen zou mogen. Zij is vervolgens door een vrouwelijke beveiliger gefouilleerd waarbij haar BH omhoog is gedaan en in haar BH is gevoeld, waarbij de verdovende middelen zijn aangetroffen. Dat de verdovende middelen in de BH zijn aangetroffen is door de ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 23 november 2009 gehoorde getuige [getuige] bevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5cd623de7de3d65e864f65218cbec238a2f593af81cc101857dbdbb4f27aef9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5cd623de7de3d65e864f65218cbec238a2f593af81cc101857dbdbb4f27aef9, en de alinea staat in dat document op bytes 8803 tot 9558.