Citaat | Hoge Raad 30 maart 2012
Alinea 28 Hoge Raad 30 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7679.
Het gaat bij de Wet Bopz evenwel om procedures met betrekking tot maatregelen die vrijheidsbeneming meebrengen, voor het bestrijden waarvan geen financiële drempels behoren te worden opgeworpen. Op overeenkomstige gronden is bijvoorbeeld, in art. 1 lid 1, aanhef en onder f en g, Regeling griffierechten burgerlijke zaken, de indiening verzoek- en verweerschriften strekkende tot en in verband met de ondertoezichtstelling van minderjarigen alsmede strekkende tot en in verband met de ontheffing of de ontzetting uit het gezag of voogdij over minderjarigen van de heffing van griffierecht vrijgesteld. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat tot de Wgbz heeft geleid (Kamerstukken II, 2008-2009, 31 758, nr. 3, blz. 8) is opgemerkt dat deze categorieën zaken voor vrijstelling in aanmerking komen omdat deze zaken worden gevoerd in het algemeen belang of in het belang van een zwakker persoon die bescherming behoeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de2767efc969777a531603f98bc9e215d64be41bc0a860e113ae8ae09099f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de2767efc969777a531603f98bc9e215d64be41bc0a860e113ae8ae09099f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 7401 tot 8348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de2767efc969777a531603f98bc9e215d64be41bc0a860e113ae8ae09099f7eb | shasum -a 256