Citaat | Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 38 Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.

3.3 De rechtbank heeft geoordeeld dat als vaststaand kan worden aangenomen dat de brand is gesticht door een neef van [betrokkene 1] die in het café werkte, en dat er voldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat deze neef in opdracht van [betrokkene 1] heeft gehandeld. Op deze grond heeft de rechtbank merkelijke schuld van Duka aangenomen als bedoeld in het hier toepasselijke art. 294 (oud) K en daarom de vordering in conventie van Duka afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aa1123f8bf4a4ddd1dd37508b41ce3968b4d7b13e8167decebcccd7b9912bbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aa1123f8bf4a4ddd1dd37508b41ce3968b4d7b13e8167decebcccd7b9912bbb, en de alinea staat in dat document op bytes 9392 tot 9861.