Citaat | Hoge Raad 6 april 2012
Alinea 45 Hoge Raad 6 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.
5.1 De hiervoor in 3.2 omschreven reconventionele vordering van Achmea komt erop neer dat Duka de onderhavige procedure zonder grond tegen haar heeft aangespannen en daarom gehouden is alle door Achmea in verband met deze procedure gemaakte kosten te vergoeden. Naar het hof terecht heeft geoordeeld, is deze vordering alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (rov. 11). Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353). Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8aa1123f8bf4a4ddd1dd37508b41ce3968b4d7b13e8167decebcccd7b9912bbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8aa1123f8bf4a4ddd1dd37508b41ce3968b4d7b13e8167decebcccd7b9912bbb, en de alinea staat in dat document op bytes 11039 tot 12165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8aa1123f8bf4a4ddd1dd37508b41ce3968b4d7b13e8167decebcccd7b9912bbb | shasum -a 256