Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2012

Alinea 19 Hoge Raad 2 oktober 2012

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8283.

2.5. Het Hof heeft geoordeeld dat de geldbedragen die door de kopers zijn overgemaakt aan de verdachte en/of haar medeverdachte - de verkoper(s) - na ontvangst daarvan niet meer voor wederrechtelijke toe-eigening door de verdachte en/of haar medeverdachte vatbaar waren. Dat oordeel berust kennelijk op de opvatting dat in de enkele omstandigheid dat degene die krachtens overeenkomst een geldbedrag als koopsom heeft ontvangen (vervolgens) nalaat de door hem verschuldigde tegenprestatie te leveren, nog geen reden is te vinden om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de ontvangen koopsom na het effectueren van die betaling tot het vermogen van de (nalatige) verkoper is gaan behoren. Die opvatting is juist, zodat het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e841caf6bcb49cd1b4de637ecac92cd3afce4768110aa0663b882d83757848. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e841caf6bcb49cd1b4de637ecac92cd3afce4768110aa0663b882d83757848, en de alinea staat in dat document op bytes 9141 tot 9922.