Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012
Alinea 26 Hoge Raad 27 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8288.
2.5. De klacht berust op de opvatting dat uit de in het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2009, LJN BH3079, NJ 2009/349 geformuleerde regels moet worden afgeleid dat, indien de bewoner als verdachte is aangehouden, de in art. 1, vierde lid, Awbi bedoelde toestemming pas mag worden verzocht nadat die aangehouden bewoner in de gelegenheid is gesteld een advocaat te raadplegen. De opvatting is onjuist, zodat de klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/437f7f08c4c40e1f5b545ed07eb5176420b8448cd6ee3d2aeccaddd4beca8ef5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 437f7f08c4c40e1f5b545ed07eb5176420b8448cd6ee3d2aeccaddd4beca8ef5, en de alinea staat in dat document op bytes 11223 tot 11663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/437f7f08c4c40e1f5b545ed07eb5176420b8448cd6ee3d2aeccaddd4beca8ef5 | shasum -a 256