Citaat | Hoge Raad 8 juni 2012

Alinea 32 Hoge Raad 8 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8510.

3.2.1 Tijdens de procedure in hoger beroep zijn de beslagen door Fortis opgeheven. De vordering van ADIB betrof in hoger beroep alleen nog de afgifte van (kopieën van) bescheiden. ADIB heeft aan deze, op art. 843a Rv. gegronde, vordering ten grondslag gelegd, kort samengevat, dat zij vermoedt dat sprake is van door de verzoeker tot uitbetaling en door de begunstigde van het documentair krediet gepleegde fraude althans van onregelmatigheden bij de transactie waarbij ADIB uit hoofde van de L/C als confirmerende bank betrokken is, en dat Fortis hiervan mogelijk wetenschap had. ADIB stelt dat zij recht en belang heeft bij inzage in de bescheiden die zien op de L/C en de daaraan ten grondslag liggende transactie, nu deze bescheiden van belang zijn voor de vraag of Fortis jegens ADIB onrechtmatig dan wel kennelijk willekeurig aanspraak maakt op terugstorting (reimbursement) onder de L/C. Fortis heeft de vordering bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11fe1d9fc3273f3a29b529bb20d64cfa49bc2ce8922fefc593d614a9e493c812. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11fe1d9fc3273f3a29b529bb20d64cfa49bc2ce8922fefc593d614a9e493c812, en de alinea staat in dat document op bytes 8078 tot 9024.