Citaat | Hoge Raad 8 juni 2012

Alinea 33 Hoge Raad 8 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8510.

3.2.2 Het hof heeft de vordering afgewezen. Het overwoog dat in de hoofdzaak geen vordering in Nederland aanhangig is en naar verwachting ook niet aanhangig gemaakt zal worden. Met betrekking tot dit laatste stelde het hof vast dat door Fortis en ADIB over de inhoudelijke kant van hun rechtsverhouding wordt geprocedeerd op twee plaatsen buiten Nederland, te weten in de Verenigde Staten en in Bahrein. Dat ADIB door Fortis in Nederland in rechte wordt betrokken, achtte het hof voor de nabije toekomst niet erg reëel. ADIB heeft niet gesteld dat zij zelf voornemens is Fortis in Nederland in rechte te betrekken. Voorts is gesteld noch gebleken dat de andere partijen aan wie ADIB onrechtmatig handelen verwijt enig aanknopingspunt hebben met Nederland. Een procedure in Nederland tegen die partijen is derhalve evenmin te verwachten. (rov. 3.4) In rov. 3.5 overwoog het hof tenslotte:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11fe1d9fc3273f3a29b529bb20d64cfa49bc2ce8922fefc593d614a9e493c812. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11fe1d9fc3273f3a29b529bb20d64cfa49bc2ce8922fefc593d614a9e493c812, en de alinea staat in dat document op bytes 9063 tot 9965.