Citaat | Hoge Raad 8 juni 2012
Alinea 38 Hoge Raad 8 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1720.
3.3 Het hof heeft geoordeeld dat een verzekeringstussenpersoon tegenover diens opdrachtgever de zorg dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Volgens het hof dient een assurantietussenpersoon in een geval als het onderhavige de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam te maken op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Nu Rabo ervoor heeft gekozen dat haar werknemer [betrokkene 1] minimaal een keer per jaar bij [verweerster] op bezoek ging, dit een zeer langdurige werkrelatie betrof en Rabo de huisbankier van dit bedrijf was, had Rabo er in redelijkheid ook rekening mee moeten houden dat bij [verweerster] het vertrouwen kon ontstaan dat [betrokkene 1] ook van bepaalde feitelijke situaties op het bedrijf van [verweerster] op de hoogte was, aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd99b855f7fad4090adc4d439cc5a37e7fb63ea906a0473d375e4cc6adedfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcd99b855f7fad4090adc4d439cc5a37e7fb63ea906a0473d375e4cc6adedfe, en de alinea staat in dat document op bytes 8511 tot 9430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbcd99b855f7fad4090adc4d439cc5a37e7fb63ea906a0473d375e4cc6adedfe | shasum -a 256