Citaat | Hoge Raad 13 april 2012

Alinea 103 Hoge Raad 13 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1999.

De Engelse rechter aanvaardde het door Koeweit gedane beroep op immuniteit, waarna Al-Adsani zich tot het EHRM wendde met de klacht, voor zover thans van belang, dat die beslissing een schending van art. 6 EVRM opleverde. Daarbij stelde hij zich op het standpunt dat, nu het verbod van foltering tot het ius cogens behoorde, de door Koeweit ingeroepen immuniteit diende te wijken voor het in art. 6 neergelegde recht op toegang tot de rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfe63db6e79e59789e057ca796258ca9c9283b2dca2d033347f30e12c25654bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfe63db6e79e59789e057ca796258ca9c9283b2dca2d033347f30e12c25654bd, en de alinea staat in dat document op bytes 31899 tot 32356.