Citaat | Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 74 Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1999.
Met art. II, § 2, Convention is uitvoering gegeven aan (onder meer) art. 105 lid 3 Handvest VN. De in art. II, § 2, omschreven immuniteit laat - het bepaalde in art. 31 Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht in aanmerking genomen - geen andere uitleg toe dan dat aan de VN de meest vergaande immuniteit is verleend, in die zin dat de VN niet voor enig nationaal gerecht van de landen die partij zijn bij de Convention kan worden gedaagd. De vraag is echter of, zoals de Stichting c.s. betogen, deze immuniteit moet wijken voor het (in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR neergelegde) recht op toegang tot de onafhankelijke rechter. Op de voet van de criteria die het EHRM in de zaken Beer en Regan tegen Duitsland en Waite en Kennedy tegen Duitsland heeft geformuleerd, zal worden getoetst of het door de Staat gedane beroep op immuniteit van de VN zich verdraagt met art. 6 EVRM. In dat verband kan allereerst worden vastgesteld dat die immuniteit een legitiem doel dient, te weten het bevorderen van de goede werking van internationale organisaties. Bij de beantwoording van de vraag of de immuniteit in dit geval proportioneel is ten opzichte van het daarmee nagestreefde doel, moet worden vooropgesteld dat de VN onder de internationale organisaties een bijzondere plaats inneemt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfe63db6e79e59789e057ca796258ca9c9283b2dca2d033347f30e12c25654bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfe63db6e79e59789e057ca796258ca9c9283b2dca2d033347f30e12c25654bd, en de alinea staat in dat document op bytes 14533 tot 15831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfe63db6e79e59789e057ca796258ca9c9283b2dca2d033347f30e12c25654bd | shasum -a 256