Citaat | Hoge Raad 17 april 2012
Alinea 27 Hoge Raad 17 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2489.
Indien en voor zover de opgeëiste persoon in Pakistan is gefolterd, is in ieder geval niet gebleken van enige directe betrokkenheid bij deze folteringen door Amerikaanse functionarissen. Het enkele feit dat de opgeëiste persoon naar eigen zeggen tijdens zijn detentie in Pakistan een Engels sprekende vrouwelijke stem in een naburige kamer heeft gehoord is daarvoor onvoldoende. Door de raadsman zijn (delen van) rapporten overlegd die in algemene zin informatie over folteringen in Pakistan bevatten. Hierin staat vermeld dat Amerikaanse autoriteiten in het verleden in voorkomende gevallen kennis hebben gedragen van deze folteringen. Voor de stellingname dat dit laatste ook in het geval van de opgeëiste persoon zo was bieden de rapporten evenwel onvoldoende grond; zij zijn daarvoor te algemeen van aard. Tegen deze achtergrond ziet de rechtbank in het kader van de uitleveringsprocedure onvoldoende aanleiding om omtrent deze kwestie nader onderzoek te verrichten zoals bijvoorbeeld nadere getuigen te doen horen. Het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6, en de alinea staat in dat document op bytes 12042 tot 13125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6 | shasum -a 256