Citaat | Hoge Raad 17 april 2012

Alinea 53 Hoge Raad 17 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2489.

"1. De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29a, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6, en de alinea staat in dat document op bytes 19169 tot 19722.