Citaat | Hoge Raad 17 april 2012

Alinea 64 Hoge Raad 17 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2489.

4.2.1. Het derde middel klaagt over de schending van art. 26, vierde lid, UW op de grond dat "de rechtbank ten onrechte, althans onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen het verzoek de OvJ te instrueren nader onderzoek te doen naar 'de rechtbank' waarvoor de verdachte in Pakistan is verschenen". Het vijfde middel klaagt dat art. 26, vierde lid, UW is geschonden "doordat de rechtbank ten onrechte, althans onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen het verzoek nader onderzoek te laten verrichten naar de betrokkenheid van Amerikaanse autoriteiten bij de detentie van de opgeëiste persoon in Pakistan".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac0bfabf6596a69b46351d69c2a20a3eade0400c7d687b9d09976c820772cc6, en de alinea staat in dat document op bytes 23067 tot 23723.