Citaat | Hoge Raad 17 april 2012
Alinea 15 Hoge Raad 17 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2972.
3.2. In de aanvrage wordt het volgende aangevoerd. De vader van de aanvrager, die eveneens door de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage was veroordeeld ter zake van de onder 1 genoemde feiten, is bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 januari 2010 vrijgesproken. De veroordelingen door de Kantonrechter van de aanvrager en zijn vader waren gebaseerd op een proces-verbaal van 17 januari 2006, opgesteld door medewerkers van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de Gemeente Den Haag. Het Gerechtshof heeft bepaald dat in dat proces-verbaal genoemde personen nader door de politie gehoord moesten worden. Op grond van de uitkomsten van dat onderzoek heeft het Gerechtshof in het hoger beroep van de vader van de aanvrager het tenlastegelegde niet bewezen geacht. Die feiten en omstandigheden zijn onverenigbaar met de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd, aldus de aanvrage.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/710cbbbae76907092a77e2b6eee256a3bdaacfdd560982f3bff92c6ef9c44647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 710cbbbae76907092a77e2b6eee256a3bdaacfdd560982f3bff92c6ef9c44647, en de alinea staat in dat document op bytes 5712 tot 6631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/710cbbbae76907092a77e2b6eee256a3bdaacfdd560982f3bff92c6ef9c44647 | shasum -a 256