Citaat | Hoge Raad 13 juli 2012
Alinea 47 Hoge Raad 13 juli 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3263.
3.6 De incidentele vordering berust op de stelling van de bank dat niemand van de eisers in de hoofdzaak heeft voldaan aan zijn stelplicht en bewijslast en dat zij, indien niet elk van de individuele eisers de gevraagde stukken en bescheiden overlegt, wordt benadeeld in haar mogelijkheden tot het voeren van verweer. Terecht heeft het hof hieruit de conclusie getrokken dat de door de bank gevorderde overlegging of afgifte van bescheiden de instructie van de zaak betreft als bedoeld in het door het hof aangehaalde arrest HR 22 januari 2010, LJN BK1639, NJ 2011/269, zodat ingevolge dit arrest de vordering geen betrekking had op het verkrijgen van een voorlopige voorziening als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f073f747a8dd716456d7d081018cc8706ba2cf57ba2024b64e3a440a88af79d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f073f747a8dd716456d7d081018cc8706ba2cf57ba2024b64e3a440a88af79d2, en de alinea staat in dat document op bytes 14431 tot 15157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f073f747a8dd716456d7d081018cc8706ba2cf57ba2024b64e3a440a88af79d2 | shasum -a 256