Citaat | Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 51 Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3264.

3.6.1 Het middel bepleit dat in een geval van toewijzing van een op art. 843a Rv. gebaseerde incidentele vordering een uitzondering dient te worden gemaakt op het bepaalde in art. 337 lid 2 Rv. en dat tegen een zodanig vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen, zonder dat daartoe verlof nodig is van de rechter die het tussenvonnis heeft gewezen. Het middel doet deze opvatting steunen op twee gronden, te weten (a) dat de gevolgen van toewijzing van de incidentele vordering zeer verstrekkend en onomkeerbaar kunnen zijn en (b) dat niet valt in te zien waarom tegen een toewijzing van een incidentele vordering in een lopend geding niet dadelijk en zonder verlof van de rechter beroep zou kunnen worden ingesteld, terwijl dat wel mogelijk is tegen het toewijzend vonnis in een afzonderlijk geding dat aanhangig is gemaakt tot het instellen van dezelfde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5d8cb878116f890b92a8011c75cc3f4bc3a870156e21a7385525660d4f7407c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5d8cb878116f890b92a8011c75cc3f4bc3a870156e21a7385525660d4f7407c, en de alinea staat in dat document op bytes 13682 tot 14593.