Citaat | Hoge Raad 20 april 2012

Alinea 12 Hoge Raad 20 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3352.

2.3 Verzoeker voert in zijn verzoekschrift als gronden voor wraking aan dat uit eerdere arresten blijkt dat die leden zich schuldig hebben gemaakt aan (i) het misdrijf van artikel 364 van het Wetboek van Strafrecht, (ii) zich willens en wetens baseren op schijnsituaties en hiervoor wetgeving misbruiken, (iii) een veelvoud aan nieuwe feiten hebben genegeerd, (iv) een scala aan wet- en regelgeving hebben geminacht, (v) uitspraken over EU-recht hebben geminacht, (vi) EU-jurisprudentie hebben geminacht, (vii) groen licht hebben gegeven aan corruptie en anarchie, en (viii) duidelijk hebben gemaakt dat de rechterlijke macht als het gaat om fouten verbergen een corrupt zooitje is. Gezien het vorenstaande is verzoeker van oordeel dat het wrakingsverzoek dient te worden gehonoreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7181d9f2940713470812b755bc1271532e84ffddf7956f255d345cd633d5b323. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7181d9f2940713470812b755bc1271532e84ffddf7956f255d345cd633d5b323, en de alinea staat in dat document op bytes 6012 tot 6810.