Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 44 Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5161.

De verdediging heeft aangevoerd dat het merendeel van het onder de verdachte in beslag genomen materiaal niet van de verdachte was maar van [medeverdachte 3], die tijdelijk in zijn woning heeft verbleven, en dat niet is gebleken dat de verdachte van dit materiaal kennis heeft genomen. Echter het desbetreffende materiaal is in de woning van de verdachte aangetroffen; de verdachte heeft verklaard dat de computers in zijn woning van hem waren en ook door hem werden gebruikt, dat het Arabische materiaal weliswaar van [medeverdachte 3] was, maar dat hij de geschriften waarvan vast staat dat deze door [medeverdachte 7] (het hof begrijpt: [medeverdachte 7]) zijn vertaald, van hem waren, dat hij de open brieven aan Hirsi Ali en Aboutaleb heeft gedownload om deze te lezen en dat het zou kunnen dat hij het MSN-hotmailbericht van iemand heeft gekregen. In dat licht is, in samenhang met hetgeen hiervóór overigens is overwogen, voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte wel degelijk op de hoogte is geweest van het oogmerk van de organisatie. Dat er ook (onder meer Arabisch) materiaal is geweest dat meer in het bijzonder aan [medeverdachte 3] kan worden toegeschreven, of waarvan hij geen kennis heeft genomen, doet daar niet aan af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cfd121e964421682dcafdb2f4b3db94d50c484a033ee14d6945d51d53eaf50c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cfd121e964421682dcafdb2f4b3db94d50c484a033ee14d6945d51d53eaf50c, en de alinea staat in dat document op bytes 14519 tot 15776.