Citaat | Hoge Raad 15 mei 2012

Alinea 19 Hoge Raad 15 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 15 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5528.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij naar de woning van aangeefster is gegaan omdat hij zag dat het licht brandde en dat het gordijn niet goed dicht zat. Verdachte keek daarop naar binnen en zag iets roods. Hij dacht dat het een handdoek of een badlaken was die een vrouw droeg. Verdachte was ervan uitgegaan dat dit een vrouw was, want hij verklaart geen interesse in mannen te hebben. Vervolgens heeft verdachte getracht om langs het gordijn zicht te krijgen in de kamer en heeft verdachte zijn mobiele telefoon gepakt. Verdachte is vervolgens goed gaan staan om dat fotootje of filmpje te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae511183e244da4d83e0d08371842e393b66572a1bad8d252fb45c26ddd492e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae511183e244da4d83e0d08371842e393b66572a1bad8d252fb45c26ddd492e4, en de alinea staat in dat document op bytes 7859 tot 8483.