Citaat | Hoge Raad 22 juni 2012

Alinea 44 Hoge Raad 22 juni 2012

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5695.

3.2.1 In dit geding heeft [verweerder] primair gevorderd dat ABN AMRO wordt veroordeeld aan hem zijn loon vanaf 1 maart 2004 te voldoen, subsidiair een schadevergoeding. Hij heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat aan het hem op 4 maart 2004 gegeven ontslag geen dringende reden ten grondslag heeft gelegen. Hij heeft dan ook op goede gronden een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag op de voet van art. 9 BBA. [Verweerder] heeft aan zijn subsidiaire vordering ten grondslag gelegd dat ABN AMRO onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door hem niet als zieke werknemer te behandelen, door hem op staande voet te ontslaan, en door zich op verjaring te beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b, en de alinea staat in dat document op bytes 12165 tot 12867.