Citaat | Hoge Raad 22 juni 2012
Alinea 54 Hoge Raad 22 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5695.
De hiervoor in 3.1 onder (vii) aangehaalde brief houdt een beroep in op de vernietigingsgrond van art. 9 BBA. Dit beroep is niet gedaan binnen de in lid 3 van deze bepaling voorgeschreven termijn van zes maanden (rov. 2.14). Maar de bank wist dat [verweerder] leed aan een ernstige geestesziekte, wist voorts - of behoorde te weten - dat zijn beoordelingsvermogen ernstig was vertroebeld, en was ermee op de hoogte dat zijn familie zich inspande om hem te doen opnemen in een psychiatrische kliniek. Voorts is aannemelijk dat [verweerder] niet in staat was binnen zes maanden een beroep te doen op de eerderbedoelde vernietigingsgrond. Gezien dit alles, en mede gelet op het in rov. 2.10 overwogene, is het hof van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is aan het ongebruikt verstrijken van de termijn van zes maanden de conclusie te verbinden dat [verweerder] zich niet meer mocht beroepen op de vernietigingsgrond van art. 9 lid 1 BBA (rov. 2.15-2.16). Daarom is de arbeidsovereenkomst, na het (niet rechtsgeldige) ontslag op staande voet, blijven voortbestaan, en is de primaire vordering in beginsel toewijsbaar (rov. 2.17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b, en de alinea staat in dat document op bytes 15722 tot 16904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b | shasum -a 256