Citaat | Hoge Raad 22 juni 2012
Alinea 57 Hoge Raad 22 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5695.
4.1 De onderdelen 2a-2c van het middel, die de Hoge Raad als eerste zal behandelen, zijn gericht tegen hetgeen het hof heeft overwogen in rov. 2.14-2.17 van zijn arrest. Kort weergegeven wordt door de onderdelen betoogd dat het hof heeft miskend dat de werking van de vervaltermijn van art. 9 lid 3 BBA niet, of slechts met de grootst mogelijke terughoudendheid, kan worden beperkt door de redelijkheid en billijkheid. Mocht het hof de rechtspraak hebben toegepast over de verjaringstermijnen van art. 3:310 leden 1 en 2 BW, dan heeft het van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. Deze rechtspraak is niet (zonder meer) van toepassing op vervaltermijnen. Ten slotte is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd, aldus nog steeds de onderdelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b, en de alinea staat in dat document op bytes 17293 tot 18061.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db129b991365d576207fc805f86363d79250076c8c4c332bd86a0a12a67a1c1b | shasum -a 256