Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 24 Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5723.
Ik vertelde [verdachte] dat er 10.000 euro op mijn rekening was gestort. Samen met [verdachte] ben ik naar de Rabobank gegaan. De vrouw achter de balie vroeg mij naar welke rekening het geld moest worden overgemaakt. Ik zag dat [verdachte] een papiertje uit zijn zak haalde met daarop een rekeningnummer. [Verdachte] gaf dit nummer door aan de bankbediende. In december 2006 werd ik door [verdachte] gebeld dat hij naar de Antillen zou gaan. Mogelijk dat hij met het door mij geleende geld naar de Antillen is gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83, en de alinea staat in dat document op bytes 7406 tot 7936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83 | shasum -a 256