Citaat | Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 48 Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5723.
2.3. Voor zover het middel zich keert tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 1, kan het niet tot cassatie leiden. Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte in een op naam van [betrokkene 1] als kredietnemer gestelde aanvrage van een kredietovereenkomst met NVF Voorschotbank B.V. en een daarbij behorende betalingsopdracht telkens in strijd met de waarheid niet het rekeningnummer van [betrokkene 1] doch zijn eigen, verdachtes, rekeningnummer heeft ingevuld. In aanmerking genomen dat deze geschriften als bedoeld in art. 225 Sr naar hun aard bestemd zijn tot bewijs van de aan de kredietverstrekker opgegeven gegevens te strekken, is de bewezenverklaring van feit 1 toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83, en de alinea staat in dat document op bytes 11720 tot 12477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1bd6d6087c122fad04b146246464c883dda8136ec2844858c031bbf1990c83 | shasum -a 256