Citaat | Hoge Raad 22 mei 2012

Alinea 34 Hoge Raad 22 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6199.

Ten slotte ben ik van mening dat de verklaring van [betrokkene 4], die hij ter terechtzitting van het hof als verdachte heeft afgelegd, geen waarde heeft voor het bewijs, omdat [betrokkene 4] tijdens het verhoor als getuige in de strafzaak van mijn cliënt naar aanleiding van die verklaring, zich heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. [Betrokkene 4] zegt dat mijn cliënt bij de Biltsche Hoek aanwezig was. Ik heb de beelden in eerste aanleg samen met de officier van justitie bekeken en mijn cliënt is niet op de beelden te zien."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f7a30fd1033c16a6837cdd6213edd3c97b90e334aa5f308fea03f02ddb63223. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f7a30fd1033c16a6837cdd6213edd3c97b90e334aa5f308fea03f02ddb63223, en de alinea staat in dat document op bytes 10257 tot 10807.