Citaat | Hoge Raad 22 mei 2012

Alinea 46 Hoge Raad 22 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6214.

3.6. Anders dan in de toelichting op het middel wordt betoogd, kan uit het arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2010, LJN BL1454, NJ 2010/101 niet worden afgeleid dat in een geval als het onderhavige het bedrag van de wettelijke rente in een concreet bedrag in euro's dient te worden uitgedrukt. In die zaak had de Hoge Raad te oordelen over een opgelegde betalingsverplichting als bedoeld in art. 36e Sr, waarvan de omvang onzeker was omdat eerst bij de tenuitvoerlegging zou kunnen worden vastgesteld of mogelijk rente was gekweekt, welke onzekerheid zich in het onderhavige geval niet voordoet. Uit overweging 4.1.2 van het vermelde arrest, waarin een verband is gelegd met "andere vermogenssancties, zoals (...) de schadevergoedingsmaatregel", kan zulks evenmin worden afgeleid, aangezien de desbetreffende zinsnede uitsluitend betrekking heeft op de noodzaak een door de rechter op te leggen betalingsverplichting in wettig Nederlands betaalmiddel uit te drukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ef6f1bb1c9c7a1cc45cbc046d0fb550fa5ba0221652d7455731ab759af3b29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ef6f1bb1c9c7a1cc45cbc046d0fb550fa5ba0221652d7455731ab759af3b29a, en de alinea staat in dat document op bytes 15089 tot 16069.