Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2012

Alinea 29 Hoge Raad 5 oktober 2012

Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6516.

3.3.3. Het Hof heeft de bepaling van artikel 40, lid 6, IW 1990 (disculpatiegrond) kennelijk zo uitgelegd dat degene die op grond van het eerste lid van dat artikel aansprakelijk is, van aansprakelijkheid bevrijd wordt, indien hij bewijst dat hij niet bewust verwijtbaar gehandeld heeft. Aldus is het Hof van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan. De bedoelde bepaling brengt mee dat een andere bewijslast rust op degene die aansprakelijk is op grond van artikel 40, lid 1, IW 1990 dan de last te bewijzen dat hij niet "bewust" verwijtbaar gehandeld heeft. Die andere bewijslast houdt in dat hij bevrijd is van aansprakelijkheid indien "hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend is voor het voldoen van de vennootschapsbelasting".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ea0e80c912f4762f9aad7d4f073442d0c4a259f901d1a3db94e85cdf7b7be87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ea0e80c912f4762f9aad7d4f073442d0c4a259f901d1a3db94e85cdf7b7be87, en de alinea staat in dat document op bytes 11364 tot 12162.