Citaat | Hoge Raad 28 september 2012
Alinea 76 Hoge Raad 28 september 2012
Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7507.
3.7.3 In de derde plaats had het hiervoor in 3.6.1 genoemde arrest Eschig weliswaar betrekking op een geval waarin vaststond dat een procedure door een externe advocaat gevoerd zou worden, maar dit arrest bevat ook algemene beschouwingen over de verhouding tussen art. 4 lid 1 en art. 3 lid 2 van de Richtlijn die ten aanzien van het hier van belang zijnde onderwerp eenzelfde algemene strekking hebben als de hiervoor in 3.7.1 bedoelde considerans van de Richtlijn (zie onder meer de punten 44-48, 50 en 57-58 van het arrest). Noch deze beschouwingen zelf, noch hun context of plaatsing geven enige aanwijzing dat zij zouden zijn beperkt tot het geval dat aanleiding gaf tot het stellen van prejudiciële vragen. Ook uit de verwijzing naar deze overwegingen in het latere arrest van het HvJEU van 29 mei 2011, C-293/10, LJN BQ6995, NJ 2011/534 (Stark, punten 28 en 29), blijkt niet van enige beperking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3dc6fae78dc76f719a53baa70ffc262f047bafcd69925d42f8aeb298a14a51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3dc6fae78dc76f719a53baa70ffc262f047bafcd69925d42f8aeb298a14a51c, en de alinea staat in dat document op bytes 20390 tot 21306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3dc6fae78dc76f719a53baa70ffc262f047bafcd69925d42f8aeb298a14a51c | shasum -a 256