Citaat | Hoge Raad 23 november 2012
Alinea 60 Hoge Raad 23 november 2012
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7740.
3.2.2. Naar het oordeel van de Centrale Raad biedt de Wet van 26 maart 1998, Stb. 1998, 203, (hierna: de Koppelingswet) voor het in 3.2.1 bedoelde onderscheid geen rechtvaardiging in gevallen van ouders die met hun kinderen voor de overheid kenbaar al langere tijd in Nederland verblijven, waarvan in ieder geval een zekere tijd, in afwachting van een beslissing op een aanvraag tot verblijf, rechtmatig in de zin van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, van de Vw, en die inmiddels een zodanige band met Nederland hebben opgebouwd dat zij, mede met inachtneming van hetgeen omtrent het woonplaatsbegrip is geoordeeld in de arresten HR 21 januari 2011, nr. 10/00563, LJN BP1466, BNB 2011/98, en HR 4 maart 2011, nr. 10/04026, LJN BP6285, BNB 2011/127, geacht kunnen worden ingezetenen van Nederland te zijn. Ten aanzien van ouders die in dergelijke omstandigheden verkeren en die in de tijdvakken waarop hun aanvragen zien rechtmatig in Nederland verbleven, vormt de algemene uitsluiting van het recht op kinderbijslag op grond van verblijfsstatus naar het oordeel van de Centrale Raad geen evenredig middel om de doelstelling van de Koppelingswet te bereiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8676b6839bcab66b7cf263eb0e0251142cfc3a2e993ccc939b0fe6a7abdb6bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8676b6839bcab66b7cf263eb0e0251142cfc3a2e993ccc939b0fe6a7abdb6bd, en de alinea staat in dat document op bytes 14658 tot 15832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8676b6839bcab66b7cf263eb0e0251142cfc3a2e993ccc939b0fe6a7abdb6bd | shasum -a 256