Citaat | Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 20 Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7954.
Het betoog van de raadsman dat ontneming op grond van artikel 36e, derde lid van het Wetboek van Strafrecht slechts mogelijk is indien er aanwijzingen zijn die moeten blijken uit wettige bewijsmiddelen dat er andere strafbare feiten zijn begaan, vindt geen steun in het recht. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 14 september 1999 (LJN: ZD1534) moet aannemelijk zijn dat de in artikel 36e, derde lid van het Wetboek van Strafrecht bedoelde strafbare andere feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Enige betrokkenheid van veroordeelde bij de andere strafbare feiten die tot voordeelsverkrijging hebben geleid hoeft niet te worden vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803, en de alinea staat in dat document op bytes 7492 tot 8232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803 | shasum -a 256