Citaat | Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 31 Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7954.
2.3. De klacht berust op de opvatting dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van art. 36e, derde lid (oud), Sr slechts mogelijk is indien uit wettige bewijsmiddelen, zoals (de verslaglegging van) het strafrechtelijke financieel onderzoek, blijkt, dat er andere strafbare feiten zijn begaan die tot dat voordeel hebben geleid. De klacht faalt omdat deze uitgaat van een eis die de wet niet stelt. Bij toepassing van art. 36e, derde lid, Sr geldt wat betreft de daar genoemde "andere feiten" als maatstaf of gelet op het strafrechtelijk financieel onderzoek aannemelijk is dat dergelijke feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Geen rechtsregel schrijft voor dat uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechter de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft ontleend, moet blijken om welke andere feiten het gaat (vgl. HR 4 april 2006, LJN AV0397).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803, en de alinea staat in dat document op bytes 9933 tot 10913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd659cb299832ccd081764e8baa6a0e0227f88219407d3409bb224fe008eb803 | shasum -a 256