Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 26 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9036.
4. Over de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen is het volgende op te merken. De verklaring van [betrokkene 1] in het dossier is een samenvatting van een verhoor en niet beëdigd. Zij stelt het slachtoffer te zijn van internetfraude. Uit het dossier komt naar voren dat het misdrijf van internetfraude ten laste is gelegd aan [betrokkene 4] en [betrokkene 5]. Beiden zijn daarvoor uitgeleverd aan de V.S. Aan [betrokkene 1] werd gevraagd om geld op bankrekeningen te storten, nooit is haar gevraagd om geld over te maken via zogenaamde money transfers. In het dossier bevindt zich nog een tweede samenvatting van een verklaring van een Amerikaan, [betrokkene 6]. Opvallend genoeg wordt deze verklaring door de rechtbank niet als bewijs aangevoerd. [Betrokkene 6] heeft wel vele keren moneytransfers gedaan maar in een veel eerdere periode. Het is daarom merkwaardig dat de rechtbank er vanuit gaat dat ook de moneytransfers uit de hierboven genoemde internetfraude afkomstig zijn. In het dossier is daarvoor geen enkele aanwijzing te vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd, en de alinea staat in dat document op bytes 9208 tot 10268.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd | shasum -a 256