Citaat | Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 59 Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9036.
"Tenslotte heeft u verzocht om het oproepen van getuige [betrokkene 1]. [Betrokkene 2] heeft verklaard dat zij de verzochte getuige [betrokkene 1] telefonisch zou hebben gesproken waarbij [betrokkene 1] [betrokkene 2] zou hebben verteld dat het geld (kort gezegd) betrekking zou hebben op autohandel. Aangenomen kan worden dat de verklaring van [betrokkene 2] dat zij een dergelijk gesprek met [betrokkene 1] heeft gevoerd, berust op een veronderstelling van [betrokkene 2]. Echter, dat [betrokkene 1] daadwerkelijk een dergelijk gesprek heeft gevoerd met [betrokkene 2] wordt geenszins bevestigd in het dossier, in het bijzonder niet in de verklaring door [betrokkene 1] afgelegd op 20 december 2006 waarin van een dergelijk telefoongesprek geenszins blijk wordt gegeven. Dat dit gesprek met [betrokkene 1] heeft plaatsgevonden acht ik in het licht van de verklaring van [betrokkene 1] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ik wijs uw verzoek af en acht de verdediging niet in haar belang geschaad."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd, en de alinea staat in dat document op bytes 18723 tot 19731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcaaf3f98004cd700fcee7562f37be63a468506345138ed7a9401c8e533c89cd | shasum -a 256